Aanleren, gebruiken en oefenen op maat - de Drieslag taal en rekenen

Het model Drieslag
Het denkmodel Drieslag taal en rekenen kan helpen om het taal- en rekenonderwijs zowel organisatorisch  als inhoudelijk vorm te geven. Het model Drieslag laat de drie aspecten van opbouwen van taal- of rekenvaardigheid zien:

1 Aanleren

Taal en rekenen aanleren in rijke taal- en rekenlessen waarin nieuwe kennis en vaardigheden worden geleerd en ontwikkeld.

2 Toepassen en gebruiken

Taal en rekenen toepassen en gebruiken in de praktijk, geïntegreerd in de (beroeps) vakken, in betekenisvolle opdrachten.

3 Oefenen

Individueel oefenen en ondersteuning op maat, inclusief remediering.

De Drieslag is onderdeel van taal- en rekenbeleid: hoe wordt nieuwe kennis en vaardigheid opgebouwd (aanleren), hoe is onderhoud  gewaarborgd (toepassen en gebruiken) , wat gebeurt er als leerlingen uitvallen, of extra ondersteuning of verdieping nodig hebben (oefenen/bijspijkeren en uitbreiden/uitdagen).

Aanleren gaat over nieuwe kennis en vaardigheden. Hiervoor zijn vaak gerichte lessen of materiaal nodig. Didactische en inhoudelijke kennis van taal of rekenen bij de docent is van belang. Bij het aanleren zal de docent Nederlands of de docent wiskunde (rekenen) vaak een rol spelen, als degene die een onderwerp voor zijn rekening neemt of als degene die zijn expertise inzet om andere docenten te scholen bij hun rol in het aanleren. Bijvoorbeeld: aandacht voor woordenschat in alle vaklessen, uitleg over grafieken bij aardrijkskunde.

Toepassen en gebruiken en oefenen zijn vormen van onderhouden van de kennis en vaardigheden. Dat gebeurt niet alleen in lessen taal of rekenen. Het toepassen en gebruiken kan heel goed ook in andere vakken dan Nederlands of wiskunde plaatsvinden. In de praktijk is dat bijvoorbeeld
een rubric voor beoordeling van presentaties op niveau maken die alle docenten gebruiken, afspreken welke oplossingsmethoden voor rekenvraagstukken alle docenten in hun repertoire moeten hebben om leerlingen te kunnen helpen.

Individueel op maat oefenen is niet per se afhankelijk van tijd en plaats en kan met begeleiding op afstand van een docent plaatsvinden. Bij oefening is het van belang bij te houden en te registreren wat leerlingen doen en is het ook van belang om leerlingen feedback te geven. Oefenen kan heel goed digitaal plaats vinden, met gebruik van een digitaal leerlingvolgsysteem.
Specifieke ondersteuning op maat vindt vaak plaats in hulplessen of RT, bijvoorbeeld op het gebied van lezen, dyslexie en dyscalculie.

Er is overlap tussen aanleren, gebruiken en toepassen en oefenen.
Hierbij zijn verschillende scenario’s mogelijk:

  • scenario 1: alle drie de invalshoeken worden apart, maar in samenhang georganiseerd.



  • scenario 2: er is sprake van overlap tussen aanleren en oefenen, verbinding met de praktijk wordt nagestreefd.  Deze vorm is geschikt wanneer er veel tijd beschikbaar is voor reken- en taallessen en wanneer er bij de leerlingen veel hiaten zijn. Een valkuil is dat het lastig kan zijn om taal en rekenen goed te verbinden met de praktijkvakken



  • scenario 3: in dit scenario is sprake van een overlap tussen het aanleren en het toepassen in de praktijk. In de (beroeps)vakken wordt op een vanzelfsprekende manier aan taal en rekenen gewerkt. Daarnaast wordt er individueel geoefend.

Een voorbeeld:

EXTRA HULP REKENEN EN TAAL
Een school biedt voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben bij taal of rekenen/wiskunde, extra lessen aan in de keuze-uren in perioden van 10 weken. De mentoren hebben een belangrijke rol in doorgeven en analyseren van toetsgegevens over taal en rekenen. Zij gaan het gesprek aan met de leerlingen over voortgang taal en rekenen en over de extra lessen.

Taal en rekenen

1 2

3

Wat gebeurt er in de vakles? Wat gebeurt er bij de andere vakken?

Wat gebeurt er in de hulplessen?

scroll back to top
 
rika-new-balance