Do’s en don’ts

1. Maak een duidelijke taakverdeling
Maak een duidelijke taakverdeling tussen de docenten Nederlands en wiskunde en docenten van de andere vakken. Aanleren is vaak - maar niet altijd - iets voor de docenten Nederlands en wiskunde. Onderhouden, toepassen en gebruiken speelt bij (veel) andere vakken. Maar een verkoopgesprek aanleren kan ook bij Handel & Administratie, het aanleren van procenten kan heel goed bij economie.
Maak daarbij gebruik van de kennis die je in huis hebt. Een actieve rol bij taal en rekenen van enkele leden van de sectie Nederlands en de sectie wiskunde die dat willen en kunnen is nodig, maar gebruik hun kennis vooral bij aanleren en organiseren van het oefenen.

Een voorbeeld:

TAAL IN RELATIE TOT DE LESSEN NEDERLANDS
Taalbeleid heeft op school CC tot nu toe geen invloed gehad op de les Nederlands. Daar liggen nog obstakels in de vaksectie die een traditioneel programma doet. “Proberen ieder jaar weer een beetje te veranderen”, is de tactiek naar de sectie Nederlands toe. Op dit moment is de sectie wel bezig met het op papier zetten van de doorlopende leerlijn taal.
Taal zit in de competentie-uren, begeleid door de mentor, en op termijn in de andere vaklessen.
Voor taal zijn er nu gerichte hulplessen voor leerlingen die dat nodig hebben (ongeveer 1/8 deel van de eersteklassers) gegeven door docenten Nederlands.

Een voorbeeld:

DE VAKKEN ZORGEN SAMEN VOOR REKENVAARDIGHEID
Op school F voor vmbo-t neemt in de onderbouw iedere periode een vakgebied het rekenen voor zijn rekening. Een vakuur per week werken de leerlingen dan op maat aan de opdrachten van een digitale methode. De rekencoördinator zet de lessen per individu klaar. De resultaten worden in de digitale methode bijgehouden. De school zet ook methodeonafhankelijke toetsen in.

2. Maak het keurslijf niet te strak
Werk vanuit de kwesties die spelen bij de leerlingen en de vakken, houd rekening met de kennis en vaardigheden die natuurlijk passen bij de vakken en bouw daar op voort.

3. Zoek samenwerking
Zoek samenwerking waar sprake is van overlap: beoordelingsinstrumenten, vaardighedenboekje.

Een voorbeeld:

SAMENWERKING TAAL EN REKENEN
Door het samenwerken aan taal en rekenen zijn op een school de reken/wiskundedocenten ook taaleisen gaan stellen. Er worden antwoorden in hele zinnen gevraagd en ook met punten gewaardeerd.
Voor rekenen wordt gewerkt met een werkboek rekenen naast de methode. Via studiemiddagen gaat men docenten van rekenverwante vakken betrekken.


4. Taal komt overal voor, rekenen minder
Gebruiken en toepassen van taal past bijna in alle vakken (met uitzondering misschien van de MVT). Rekenen komt vooral voor bij de exacte vakken en economie, aardrijkskunde, techniek, verzorging, kunstvakken, minder bij zaakvakken als geschiedenis en nauwelijks bij de talen.

Een voorbeeld:

REKENEN IN DE ANDERE VAKKEN
Rekenen heeft een andere reikwijdte dan taal. Rekenen raakt niet alle vakdocenten. Een school heeft een keuze gemaakt: wi, bèta, ak, ec zijn de vakken die bij rekenen betrokken zijn.
Aspecten:

  • Onderhoud
  • Remediëren

De Drieslag rekenen ziet er bij hen zó uit:

  • Docenten wiskunde doen aanleren nieuwe kennis en vaardigheden in de wiskundelessen.
  • Docenten wiskunde doen onderhoud en uitbreiding in de wiskundelessen.
  • Zij weten ook voor wie dit niet genoeg is
  • Zij weten waar rekenen aan de orde is bij andere vakken
  • Zij hebben de opdracht voor duidelijkheid en eenduidigheid te zorgen in de aan te bieden oplossingsstrategieën.
  • Het ligt in de bedoeling voor leerlingen die meer nodig hebben een vorm van Rekenatelier aan te bieden, zoals het Taalatelier.

De leidende rol in het proces ligt bij docenten wiskunde en pa-opgeleiden.
Bij lwoo-leerlingen speelt bij rekenen vaak emotionele problematiek. Dan is pedagogische en didactische vaardigheid van docenten extra nodig.


5. Oefening op maat voor iedereen
Organiseer niet alleen extra activiteiten voor zwakke leerlingen, maar ook voor de excellente leerlingen. Oefening op maat is voor iedereen.

Een voorbeeld:

TAAL IN DRIE SLAGEN
Een school heeft lessen Nederlands, vaklessen, en een Taalatelier/Taalwerkplaats. Het Taalatelier biedt ondersteuning voor leerlingen die extra aandacht voor taal nodig hebben. De bedoeling is dat leerlingen daar ook verdieping kunnen vinden (journalistiek etc.), maar dat is te weinig uitgewerkt.
Verder doet de school mee aan de Taalkr8dagen.
Voor vakdocenten is het belangrijk:

  • te weten wat de referentieniveaus inhouden;
  • opdrachten op niveau te maken;
  • criteria te krijgen om feedback te geven op taalvaardigheid en te beoordelen;
  • aan leerlingen duidelijk te maken wat er wordt verwacht;
  • om materiaal te hebben om van het ene naar het andere niveau te komen.

6. Oefen leuk en creatief
Oefenen is belangrijk, maar kan makkelijk saai worden. Organiseer daarom leuke en creatieve vormen van oefenen. Denk bijvoorbeeld aan spellingscompetities, quizzen, beeldende vormen van oefenen (“zet zonder meetlat een vierkante meter uit”), boekjes of sites met schrijfproducten, posters over taal- of rekenonderwerpen maken. Of zoals 4havo op school IJ als opdracht kreeg: maak een spel over spelling en taalverzorging

scroll back to top
 
rika-new-balance